woensdag 16 september 2026
Als Nederland de ambitie heeft om de gezondste generatie ooit te laten opgroeien, moeten we investeren in plekken waar jongeren zich kunnen ontwikkelen, anderen ontmoeten en sterker in het leven leren staan. Sport kan zo’n plek zijn. Dat was de centrale boodschap van de Sportieve Troonrede 2026, dit jaar uitgesproken door voormalig wereldkampioen kickboksen en NIVM-ambassadeur Remy Bonjasky.

Op Prinsjesdag krijgt niet alleen de politiek het woord. Met de Sportieve Troonrede brengt Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS) jongeren, bestuurders, professionals en maatschappelijke organisaties samen om de betekenis van sport en bewegen voor Nederland onder de aandacht te brengen. De editie van 2026 stond in het teken van de kracht van sport voor het welzijn van jongeren.
Van de gym naar de Sportieve Troonrede
Voor het NIVM kreeg deze editie een bijzonder vechtsporttintje. Remy Bonjasky, ambassadeur van zowel het NIVM als het Jeugdfonds Sport & Cultuur, mocht namens de sport zijn boodschap meegeven aan politiek en beleidsmakers. Daarbij putte hij uit zijn eigen ervaringen. Niet alleen als topsporter, maar juist ook uit wat zijn eerste gym en trainers voor hem betekenden, de lessen die hij binnen de vechtsport leerde en ver buiten de ring kon gebruiken. Inmiddels probeert hij die ervaring zelf door te geven. Via zijn eigen gyms en het platform Warrior Code zet hij zich in om zoveel mogelijk mensen te laten vechtsporten.

Niet pas investeren als het misgaat
Een belangrijk deel van de Sportieve Troonrede ging over het welzijn van jongeren. Sport is daarbij meer dan een manier om voldoende te bewegen. Het kan een omgeving zijn waarin jongeren anderen ontmoeten, zelfvertrouwen ontwikkelen, leren omgaan met tegenslag en ontdekken waar hun mogelijkheden liggen.
Bonjasky riep daarom op om niet alleen te investeren wanneer problemen zijn ontstaan, maar juist in omgevingen die bijdragen aan gezond en veerkrachtig opgroeien:
“Maak van jongerenwelzijn geen probleem dat we pas oplossen als het misgaat. Zorg er niet alleen voor dat jongeren niet in de problemen komen; zorg ervoor dat jongeren sterk opgroeien. Sport is daarbij essentieel.”
Die boodschap sluit nauw aan bij de inzet van het NIVM. Binnen de vecht- en budosport zien we hoe een trainer, een veilige sportomgeving en een groep waarin een jongere zich thuis voelt van betekenis kunnen zijn. Maar dat potentieel ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om trainers die jongeren pedagogisch goed kunnen begeleiden, om veilige en inclusieve clubs én om verbinding tussen sport en het lokale sociale netwerk.´
Sport als onderdeel van de oplossing
De Sportieve Troonrede onderstreepte daarmee een bredere oproep: verbind sport en bewegen nadrukkelijk aan jeugd-, gezondheids- en preventiebeleid. Investeren in sport betekent ook investeren in gezondheid, welzijn, gelijke kansen en maatschappelijke verbinding.
Voor het NIVM is dat een herkenbare boodschap. Wij blijven ons inzetten om de maatschappelijke waarde van vecht- en budosport zichtbaar én voelbaar te maken en zoveel mogelijk mensen de kans te geven te sporten in een veilige, inclusieve en verantwoorde omgeving.
Want een sterker en weerbaarder Nederland begint bij een samenleving waarin iedereen kan meedoen.
